
Ronde van Vlaanderen - Wout van Aert neemt vrede met vierde plaats: "De benen hebben gesproken"

Pogacar legde op de Molenberg, op 100 km van de finish, voor de eerste keer zijn kaarten op tafel. "Ik was eigenlijk een beetje verrast toen ik op dat moment de grote mannen naar voren zag trekken", zei Van Aert aan de aankomst. "Ikzelf zat niet goed gepositioneerd waardoor ik direct aan de bak moest. Gelukkig had ik nog enkele ploegmakkers bij mij die me netjes brachten. Daarna zaten we iets comfortabeler. De groep was uitgedund en ik had onder meer nog Christophe Laporte mee. Bovendien was het niet aan ons om de koers te maken en het tempo te bepalen. Ik kon op een ideale manier een tweede keer aan de stenen van de Oude Kwaremont beginnen. Maar toen barstte het helemaal los."
Van Aert kreeg na de aanval van Tadej Pogacar, Mathieu van der Poel en Remco Evenepoel de steun van Mads Pedersen. "We bleven goed doorrijden met ons tweeën, maar ik wist ook dat de kans dat we de drie voorin nog gingen vervoegen heel klein was. Dat zou enkel maar lukken als ze voorin naar elkaar zouden gaan kijken, maar waarom zou dat gebeuren. Ze wisten ook dat er dan twee mannen zouden aansluiten die gingen storen. Ik moet Mads bedanken voor zijn steun in de laatste kilometers. Ik slaagde erin nog vierde te worden. Ik kan daar wel vrede mee nemen, ook al start je steeds met de bedoeling om te winnen. Deze koers heeft er wel flink ingehakt. De benen hebben vandaag gesproken."



